logo
Pesten

De oorzaken zijn divers.
Het blijkt dat kinderen die zachtaardig zijn, niet van zich af bijten, toegeeflijk zijn en/of vergevingsgezind een grote kans lopen in een sociaal isolement terecht te komen.

  • Intimidatie van kinderen door docenten. Geestelijke intimidatie is moeilijk vast te stellen. Wie hierover klaagt, zal nauwelijks gehoor krijgen. De inspectie kan slechts bemiddelen,
  • "Anders zijn" kinderen die niet voldoen aan een geldende groepsnorm. Groepsprobleem. Onduidelijke gezagsverhoudingen, nadruk op competitie, conflicten worden niet met overleg opgelost, maar met agressie.
  • Eerder zondebok geweest. Een zondebok verraadt zich door zijn/haar lichaamstaal.
  • Anonieme kinderen: om één of andere reden willen of kunnen zij niet opvallen in een klas. Ze zijn verlegen, weten geen contact te maken met andere kinderen, of zijn bang voor andere kinderen. Deze kinderen vallen nauwelijks op in de klas. Zij zullen dan ook niet aangeven dat zij worden gepest. Als het wordt ontdekt, blijkt er al een vast pestpatroon te zijn ontstaan.
  • Vreemde kinderen: op zichzelf is apart zijn geen reden tot pesten. Maar als de leerkracht door te plagen, grapjes te maken, of juist boos zijn of straffen voortdurend reageert op het vreemde gedrag. Dan is het mogelijk dat een alibi wordt verschaft aan de kinderen, die vol frustraties zitten en die iemand zoeken waarbij zij hun frustraties kunnen afreageren.
  • Daarnaast zijn het vaak kinderen die zich niet serieus genomen voelen, weinig controle hebben op hun leven en met "zijnsvragen" worstelen zoals: ben ik wel een goed kind van mijn ouders, ben ik een goede vriend of vriendin, ben ik te vertrouwen, e.d.
  • Het zijn kinderen die mijmeren over de vraag of ze gemist zouden worden: is het wel goed dat ik er ben op deze wereld?

Je hebt plagen en pesten. Het verschil daartussen is groot. Kinderen die elkaar plagen kunnen elkaar wel aan. Nu eens plaagt de één, dan weer de ander. Een geplaagd kind kan terugplagen. Na een tijdje maken ze het samen weer goed. Je kunt elkaar ook plagen voor de gein. Tegen af en toe geplaagd worden, moet je kunnen. Je hebt zelfs leuke en vriendelijke plagerijtjes.
Bij pesten is het anders. Pesten is altijd gemeen. Als er wordt gepest, is het ene kind altijd sterker dan het andere. Het ene kind heeft grotere spierballen, een grotere mond, meer invloed. De één wint dus altijd en de andere is altijd de verliezer. Pesten gebeurt nooit zomaar een enkel keertje. Een kind dat wordt gepest is steeds het mikpunt. Daarom is pesten nooit leuk.
Pesten komt voor in het gezin, de buurt of op school.

Symptomen:

  • Claimen van kinderen die wel eens aardig tegen hem zijn. Zo kan de zondebok een paar kinderen per jaar verslijten
  • Het gedrag is onberekenbaar. Overdreven, onecht. Soms is het kind op een rare manier blij, heel agressief of heel boos.
  • Door afkoopgedrag agressie ontlopen. Klusjes opknappen voor de pesters.
  • Als de leerkracht aardig is voor de leerling, gaat het de leerkracht "helpen".
  • Als een kind of een leerkracht hem gewoon iets vraagt, reageert de zondebok onzeker. "Misschien moeten ze wel wat van mij", of, "Misschien is dit een inleiding tot pesten."
  • Onzekerheid over de gedachte of hij/zij wel of niet gepest zal worden, kan leiden tot gedrag waarin het kind weet dat het gepest gaat worden. Dan hoeft hij/zij zich daar geen zorgen meer over te maken. Bijvoorbeeld afwijkend gedrag, provocerend gedrag, clowntje spelen. Die zekerheid geeft het kind blijkbaar meer rust dan de onzekerheid van al of niet gepest te worden. (zie ook onder agressie)

Algemene kenmerken van een gepest kind.
De kinderen die worden gepest zijn meestal de groepsleden die niet zo goed voor zichzelf kunnen opkomen, het minst weerbaar zijn en het minst populair in de klas. Deze kinderen hebben onvoldoende sociale vaardigheden en weten zich in sociale situaties onvoldoende te handhaven. De meesten van hen zijn "sociaal onhandig": uit verlegenheid of faalangst reageren ze net verkeerd. Daardoor lijkt het weleens of ze pesten zelf uitlokken. De meeste van deze kinderen hebben (of krijgen als gevolg van pesten) weinig zelfvertrouwen en een negatief zelfbeeld. Zij uiten dit door zich terug te trekken en af te sluiten. Dit heeft tot gevolg dat deze kinderen in een negatieve spiraal terecht komen. Het zelfvertrouwen vermindert en de sociale vaardigheden gaan achteruit. Het is belangrijk om hier iets aan te doen. Er zijn ook provocerende slachtoffers te onderscheiden. Zij reageren als ze worden aangevallen, maar ze zijn daar niet doeltreffend in. Deze kinderen worden ook vaak door volwassenen niet aardig gevonden. Een gepest kind kan leiden aan een vorm van depressie, minderwaardige gevoelens en verlegenheid. De effecten van het pesten kunnen het slachtoffer definitief beschadigen. Gevolgen zijn bijvoorbeeld slechte studieresultaten of pogingen tot zelfmoord.

1. STEUN UW KIND
Vertel dat :

- pesten op scholen veel voorkomt

- het niet zou mogen gebeuren

- het kind er niet zelf voor verantwoordelijk is

- het heel erg is, maar dat het is te stoppen

- er veel oplossingen zijn

- geef informatie. Hoe vaak komt het voor. Wat doen pesters met hun slachtoffers. Waarom pesten sommige kinderen wel en anderen niet Waarom ziet de leraar het vaak niet? Lok ik het niet zelf uit? Waarom doet de rest van de klas niks

2. LAAT UW KIND BOEKEN OVER PESTEN LEZEN
Een overzichtslijst van boeken die betrekking hebben op pesten zijn te verkrijgen bij de openbare bibliotheek. Bij kleine kinderen kunt u ze voorlezen. Een goed leesboek voor oudere kinderen (eind basis- en begin voortgezet onderwijs) is Tirannen. Als het kind het boek heeft gelezen, dan is er voldoende gespreksstof. U kunt de in het boek aangedragen oplossingen bespreken, of bekijken welke andere oplossingen voor het eigen probleem te bedenken zijn. U kunt met uw kind ook naar televisieprogramma's over pesten kijken.

3. BELOON UW KIND
Kinderen die lang de rol van zondebok hebben vervuld, zijn uiterst onzekere kinderen. Zij hebben een laag beeld van zichzelf. Dat zij zo zijn geworden is eenvoudig te verklaren. Pesters hebben een lage dunk van hun slachtoffers en behandelen hen als oud vuil. Zondebokken gaan zich naar dat beeld gedragen. Help uw kind zelfrespect terug te krijgen. -Geef zakgeld en laat uw kind zelf bepalen waar het een gedeelte van het bedrag aan wil besteden. Bedenk dat sommige pesters geld afpersen in ruil voor veiligheid. Enige vorm van controle zult u daarom moeten uitoefenen. -Geef inspraak bij het kopen van kleding. Uw kind kan dan zelf de consequenties van de eigen keuzen aanvaarden.

4. FAMILIERAAD
Doel: leren voor jezelf op te komen binnen het gezin. Hoe: ieder gezinslid is gerechtigd een familieraad bijeen te roepen over ongeacht welk onderwerp. Het onderwerp wordt voorgelegd en ieder gezinslid mag zijn/haar zegje doen.Als dit heeft plaatsgevonden, dan wordt gezocht naar een vergelijk. Het is dan wel van belang dat ouders hun kinderen "successen" laten behalen en niet bepalen wat wel en niet is geoorloofd. Op deze manier leer je kinderen voor zichzelf op te komen en aan elkaar te vertellen wat hen dwarszit, grieft of waardoor zij zich gekwetst voelen.

Onderwerpen voor de familieraad

  • Iedereen laat zijn spullen slingeren.
  • Eén persoon is de hele dag bezig de rommel van anderen op te ruimen.
  • Het gebruik van de televisie in huis.
  • Er is te veel ruzie in huis.
  • Andere omgangsnormen.
  • Uitgaan.
  • Vakantiebestemming.
  • Familiebezoek.

Tip: Laat uw kind nadenken over de vraag welke momenten van de dag voor uzelf leuk zijn geweest. Denk op uw beurt na over de vraag welk moment voor uw kind fijn waren.

5. STIMULEER UW KIND AAN EEN SPORT TE DOEN
Leuk, maar.. helaas is ons kind zojuist van een teamsport afgegaan vanwege dat gepest. Of: mijn kind is motorisch niet handig. Goed aan een balspel deelnemen kan mijn kind niet. Maar toch..: Kijk naar mogelijkheden die uw kind heeft om in een spel met anderen uit te blinken. Dit is goed voor het zelfbeeld of zelfrespect van uw kind. Vooral voor kinderen in de leeftijd van 10 tot 15 jaar is sport zeer belangrijk. Daarna worden andere interesses belangrijk. Judo is een sport die zowel voor zondebokken als pesters goed is. Het heeft echter pas een positief effect als het wordt gegeven door een leraar die zicht heeft op de behoefte van een zondebok. Is uw kind motorisch minder vaardig, dan kunt u de leraar lichamelijke opvoeding inschakelen. Sommigen van hen geven motorische remedial teaching. Anderen besteden extra aandacht aan motorisch zwakke leerlingen. Als tenslotte duidelijk is dat uw kind sportmotorische vaardigheden mist, kan worden overwogen hen niet te kwellen en voor de ogen van anderen af te laten gaan. Uw kind doet niet meer mee aan gymnastiek. Uw kind zou tijdens de gymlessen kunnen scheidsrechteren, of tests afnemen bij de klasgenoten op het gebied van motoriek. (Coopertest bijvoorbeeld of: ik tel hoeveel keer je goed kunt touwtje springen)

6. HOUD DE COMMUNICATIE OPEN
Kinderen die zondebok zijn, zijn vaak gesloten. Daar zijn verschillende redenen voor:

  • de pesters dreigen hard te zullen optreden als uw kind er met iemand over praat.
  • uw kind durft uit een laatste restje eigenwaarde niet te erkennen dat het wordt gepest. (In de ogen van anderen ben ik niets waard.)
  • uw kind is bang dat het ook door u op de huid wordt gezeten. (Maar jij doet ook zo stom. Waarom doe je dan niks terug. Stel je niet zo aan, iedereen wordt wel eens gepest, enz.)
  • uw kind is bang dat u teleurgesteld bent in hem/haar. (Mijn kind kan zich sociaal niet redden en is daarom een mislukkeling.)
  • uw kind is bang dat u onzorgvuldige stappen gaat ondernemen.
  • uw kind wil u beschermen. (Schat in dat vader/moeder een verhaal over gepest worden, er niet bij kan hebben, om wat voor reden dan ook.)

Overleg met uw kind welke stappen u gaat ondernemen. Uw kind moet het daar mee eens zijn.Anders bereikt u dat uw kind zich onbegrepen voelt door, of zelfs slachtoffer voelt van uw dadendrang. Uw kind moet greep krijgen/houden op de eigen omstandigheden. En als u overleg wilt plegen met leerkrachten of andere belangrijke personen van uw kind, dan bespreekt u eerst met uw kind wat u van plan bent.

7. LAAT UW KIND DEELNEMEN AAN EEN KANJERTRAINING
Vanuit het Instituut voor Kanjertrainingen wordt/is deze training landelijk opgezet.

8. LAAT UW KIND OPSCHRIJVEN WAT HET HEEFT MEEGEMAAKT
Op deze wijze kan het kind gevoelens en situaties onder woorden brengen en van zich afschrijven BIJ HET SCHRIJVEN KUNNEN HEFTIGE GEVOELENS VRIJKOMEN. Gevoelens die het kind niet goed kan hanteren. Het is daarom zaak dat u als ouder uw kind bijstaat. U helpt uw kind gevoelens te uiten en u troost uw kind.

9. ACCEPTEER DE SITUATIE NIET
Doe eerst een poging met de ouders van de "pester" te praten. Doe dat niet in verwijtende zin en zeker niet op het moment dat je woedend bent of geraakt. Want dan komen er rap onredelijkheden naar boven. Denk dus goed na. Emoties hebben snel de overhand. Overleg met anderen wat je kunt doen om in positieve zin het pesten op te lossen. Dus geen overleg met het doel de pester weg te pesten, want dat is geen structurele oplossing. Zoek hierin medestanders, zorg dat je op deze manier een sterke positie inneemt. Het kan zinvol zijn dat je voor de aanpak van het pestprobleem moet gaan "netwerken" in de buurt, op school of bij ouders van een club. Een sociaal probleem kun je in je uppie niet oplossen.

10. BESPREEK MET UW KIND DE VOLGENDE OPLOSSINGEN
Lach erom of laat getreiter langs je heen gaan. Onthoudt dat pestkoppen uit zijn op macht, er plezier in scheppen jou te treiteren en absoluut niet nadenken over hun gedrag. Humor en stilte kan ervoor zorgen dat ze in hun eigen sop gaar koken. Je moet het wel vol kunnen houden, want in het begin zullen ze je zeker uitproberen. Maar uiteindelijk is de kans groot dat ze je met rust laten. Bespreek de kreet: 'Donder op met je gezeur!' Het moet overtuigend worden gezegd en je moet direct weglopen. Oefen het in de spiegel. Als de groep je treitert, kijk dan de zwakste in de ogen en zeg: 'Dit is niet leuk' en loop dan weg. Blijf in de buurt van andere kinderen. Pestkoppen hebben het voorzien op kinderen die alleen staan. Pestkoppen zijn meestal laf en treiteren in groepsverband.

Voor alle ouders is het van belang dat de school ernst maakt met de aanpak van het pesten.

OUDERS VAN GEPESTE KINDEREN MOETEN WETEN DAT:

  • zij niet als zeurpieten worden beschouwd als zij aan de bel trekken
  • dat hun klacht geen negatieve gevolgen heeft voor hun kind
  • wat er in de klas met hun kind gebeurt, zowel in preventieve als in de curatieve (m.b.t. aanpak) sfeer.

EEN SCHOOL HEEFT BELEID in praktisch en theoretisch. De ouder wordt daarover aktief geinformeerd:

  • in de schoolkrant,
  • in een brochure over de school
  • in werving en selectie van personeel expliciet wordt nagegaan of de nieuwe collega enig zicht heeft op problematiek dat met pesten heeft te maken.
  • het team zet alle zeilen bij (bijscholing, studiedagen) om het pestprobleem gezamenlijk aan te pakken.
  • gepeste kinderen verlaten de school niet in de hoop op een andere school beter terecht te komen en ook de pesters zijn niet genoodzaakt de biezen te pakken.
  • er is een plan van aanpak is. Dit plan van aanpak maakt deel uit van het schoolwerkplan.
  • aktieve ouders op school, ouders die zitting hebben in de ouderraad, ouders die deel uitmaken van de MedezeggenschapsRaad (MR) zien het pestprobleem als belangrijk aandachtspunt. En daar in termen van preventie over nadenken.

Overwegingen van een leerkracht:

  • nemen mijn collega's het pesten werkelijk serieus?
  • is de schoolleiding als het erop aankomt niet terughoudend?
  • gebrek aan tijd
  • hoge werkdruk
  • overdrijf ik niet/neem ik wel goed waar.
  • moet ik hier nu met de ouders over spreken? Wat haal ik dan allemaal aan?

BELEMMERINGEN BIJ EEN LEERKRACHT

  • niet iedere leerkracht staat open voor problemen waar kinderen mee kunnen zitten.
  • weinig kennis van zaken
  • geen verwerkt eigen pestverleden

onder ogen zien dat pesten een realiteit is, zet een ervaren leerkracht voor moeilijk te verteren gedachten: Remmende gedachten bij een leerkracht:

  • Als er werkelijk zoveel wordt gepest, dan zou mij dat toch zijn opgevallen in al die jaren dat ik les geef? (Ik ben competent, dus bestaat pesten niet in mijn klas, wel in die van anderen die slecht les geven.)
  • Voor mijn ogen maakten kinderen een slechte schooljeugd door en daar had ik iets aan kunnen doen? (Ik kon er niets aan doen, want het was gewoon een vreemd kind : Ikzelf ben competent.)
  • Misschien ben ikzelf wel een pestkop (En dat ben ik niet, hooguit plaag ik wel eens, en daar moet een leerling toch tegen kunnen vind ik. Zo teer zijn die kinderzieltjes nu ook weer niet hoor!)

Dat zijn geen leuke gedachten.
Naar een andere school? Nee, want:

  • het is een nederlaag
  • het probleem wordt verplaatst

Ja, want:

  • er zijn klassen waarin niet wordt gepest
  • het pesten kan zo erg zijn, dat er geen andere keus meer is

Twijfel want:

  • mijn kind is zo onzeker geworden, dat zelfs in een nieuwe en goede situatie hij/zij opnieuw een gemakkelijk doelwit kan worden.

Feit is dat voor de klas waaruit een zondebok verdwijnt er een zorgelijke tijd aanbreekt. De kans bestaat dat er moet worden gezocht naar een nieuwe zondebok. Voor de pesters is immers hun object van agressie verdwenen. Wanneer de leerkracht de schuld van het pesten alleen bij het betrokken kind legt, loopt hij een groot risico dat hij na verloop van tijd weer wordt geconfronteerd met de ouders van de nieuwe zondebok. Wanneer een kind uit de klas verdwijnt vanwege het pesten, moet dat voor de leerkracht een sein zijn om de sfeer in de klas dermate te verbeteren dat het pesten niet meer voorkomt. Als u iets wilt doen, dan is het verstandig niet op eigen houtje aan het werk te gaan. U hebt anderen nodig om een pestprobleem uit de wereld te helpen. Bedenk dat u actief moet nadenken over positieve oplossingen. De pester terugpesten (te onderscheiden van zelfverdediging) is een begrijpelijke emotionele reactie, maar zal structureel niets oplossen. Breng het onder de aandacht van verschillende mensen op school.

De medezeggenschapsraad

  • het bestuur
  • de oudervereniging
  • de oudercommissie
  • de leerlingbegeleider
  • vertrouwenspersoon/maatschappelijk werker als die op school aanwezig is.
  • klasseleraar
  • directeur
  • andere ouders die met hetzelfde probleem worstelen.

Kortom: maak het tot een gemeenschappelijk probleem. Schakel een externe instantie in wanneer niets lijkt te helpen.

  • De Kanjertrainer (www.kanjertraining.nl)
  • Schoolarts
  • Schoolmaatschappelijk werkende
  • Inspectie
  • Vertrouwensinspectie
  • Vertrouwensarts